De Volkskrant, 4 augustus 2006
Een diva die vooral geen diva wilde zijn
De sopraan van Elisabeth Schwarzkopf was krachtig en warm, met een zilveren glans in de hoogte. Ze was een perfectioniste
aan wier aandacht geen detail ontsnapte.
Aan de conservatoria heerste tegenwoordig misère, niet voor niets kwamen jonge vocalisten ten einde raad bij haar. De naam van
operaregisseur Peter Sellars kon je in haar bijzijn beter niet noemen, dat vond ze een regelrechte crimineel. En toen ze in 1997 nog één
keer naar Nederland kwam – ze had een Edison gekregen voor haar hele platenoeuvre – moest men haar bij een signeersessie niet
lastigvallen met overdreven lof. ‘Ich bin doch überhaupt kein Diva. Ik heb het al honderdmaal gezegd: ik ben géén Italiaanse operadiva!
Callas, dat was een diva.’
Elisabeth Schwarzkopf, de diva die geen diva wilde zijn, zat nooit om een pittige uitspraak of stijfhoofdige actie verlegen. Daar
waren ze in 1941 al achtergekomen bij de Deutsche Oper in Berlijn. In Die Fledermaus van Johann Strauss werd de 25-jarige Schwarzkopf
in de loop van een serie voorstellingen gedegradeerd naar een kleinere rol. De sopraan nam wraak en schopte tijdens een opvoering
furieus een schoen uit. Resultaat: een zwaar beschadigd achterdoek.
Als Olga Maria Elisabeth Friederike Schwarzkopf werd ze in 1915 geboren in het Duitse Jarotschin, het tegenwoordige Jarocin in
Polen. Haar eerste rol zong ze in een middelbare-schoolproductie van Glucks Orfeo ed Euridice in Maagdenburg. Haar professionele
debuut maakte Schwarzkopf in 1938 in Berlijn als Bloemenmeisje in Wagners Parsifal.
Dirigent Karl Böhm haalde haar naar de Wiener Staatsoper. Daar, in Wenen, leerde ze in 1946 Walter Legge kennen, de legendarische
platenman van EMI, met wie ze in 1953 trouwde. Via Legge en via de langspeelplaat kwam haar carrière definitief op stoom.
In het operarepertoire lagen Mozart-rollen haar goed, zoals Fiordiligi (Così fan tutte) en Contessa (Le nozze di Figaro). Ze schitterde
ook als Marschallin in Richard Strauss’ Rosenkavalier, de glansrol waarmee ze op oudjaarsdag 1972 in Brussel afscheid nam van het
operatoneel. Bij de wereldpremière van Stravinsky’s Rake’s Progress in 1951 vertolkte Schwarzkopf de eerste Anne Trulove.
In het liedgenre vormde ze de evenknie van Dietrich Fischer-Dieskau, met wie ze een hevige fascinatie deelde voor het oeuvre van
Hugo Wolf. Toen Fischer-Dieskau een paar jaar geleden werkte aan zijn Wolf-biografie, schonk Frau Prof. Elisabeth Schwarzkopf hem een
waardevolle bundel documenten en brieven van de liedcomponist.
Bij Schwarzkopf vormden uiterlijk, stem en intelligentie een zeldzaam krachtig amalgaam. Ze was een perfectioniste aan wier aandacht
geen detail ontsnapte. Toen haar stem z’n vroegere flexibiliteit had verloren, leverde haar dat weleens de kritiek op van gekunsteldheid.
In haar hoogtijdagen klonk haar sopraan krachtig en warm, met een zilveren glans in de hoogte. Haar stijlgevoel was exemplarisch.
Toen in 1996 een biografie verscheen waarin haar handel en wandel tijdens het Derde Rijk werd ontrafeld, was ze not amused.
Om haar loopbaan niet meteen in de kiem te smoren, was ze lid geworden van de NSDAP en had ze meegewerkt aan films voor Goebbels.
Na de oorlog kreeg ze een beroepsverbod van twee jaar.
In Nederland maakte ze furore in het Holland Festival. Haar eerste optredens, in 1949 in Den Haag en Amsterdam, waren alle vijf
uitverkocht. Men kon haar horen als Sophie in Der Rosenkavalier en als Donna Elvira in Mozarts Don Giovanni. Triomfen vierde ze in het
Festival van 1961 als Contessa onder Carlo Maria Giulini. Iedere maat en ieder accent, schreef een recensent, waren ‘boordevol geladen
van dramatische gloed’.
Heel Nederland kon met haar kennismaken toen ze in 1987 masterclasses gaf in de Amsterdamse Kleine Zaal van het Concertgebouw.
Wie onder de maat presteerde, hoefde niet op haar consideratie te rekenen. Als zij die arme stakkers niet onverbloemd op hun tekortkomingen
kon wijzen, wie deed het dan wel? Miranda van Kralingen, Charlotte Margiono en Nico van der Meel overleefden de indringende lessen, die
door de NOS op tv werden uitgezonden. Onfeilbaar was zangpedagoge Schwarzkopf niet. De jonge Renée Fleming zag ze niet zitten en ook
de piepjonge Barbara Bonney kon volgens haar een carrière in de zang wel uit haar hoofd zetten.
Haar allerlaatste recital gaf ze in maart 1979 in Zürich. Walter Legge wilde daar per se bij zijn, sloeg doktersadvies (rust) in de wind
en overleed drie dagen later.
Of ze haar man niet miste, vroeg een journaliste toen ze afgelopen december 90 jaar werd. ‘Kind’, zei Schwarzkopf, ‘ik ben een zakelijk
iemand, keine Phantasterin. Ik zou het weten te waarderen als ik nog een paar jaar kreeg.’
Het werden krap acht maanden. In de nacht van woensdag op donderdag overleed Elisabeth Schwarzkopf in haar Oostenrijkse woonplaats Schruns.
|